Hoeveel procent van je tuin mag je bebouwen?

Er is geen vast percentage van je tuin dat je zonder vergunning mag bebouwen. Volgens de landelijke regels hangt het af van je bebouwingsgebied: van de eerste 100 m² mag 50% bebouwd worden, van het deel tot 300 m² 20% en van het deel tot 900 m² 10%. Alle schuren, carports, overkappingen en latere aanbouwen samen mogen nooit meer dan 150 m² zijn.
Waarom "de helft van je tuin" niet klopt
De vuistregel dat je de helft van je tuin mag bebouwen, hoor je vaak. Hij klopt maar voor een deel. Het percentage van 50% geldt alleen voor de eerste 100 m² van je bebouwingsgebied. Wie een grote tuin heeft, mag dus naar verhouding minder bebouwen.
Daarnaast is je bebouwingsgebied niet hetzelfde als je tuin. De voortuin telt niet mee, en de grond onder een aanbouw van later juist wel. Wie met de hele tuin of het hele perceel rekent, komt bijna altijd te hoog uit.
De regel staat in artikel 22.36 van de bruidsschat. Dat zijn de landelijke regels die sinds de Omgevingswet (2024) in het omgevingsplan van elke gemeente staan. Je gemeente kan ze vervangen door eigen regels; die gaan dan voor.
Welk deel van je tuin telt mee?
Het bebouwingsgebied bestaat uit:
- het achtererfgebied, dat begint op 1 meter achter de voorkant van je woning
- plus de grond onder aan- en uitbouwen die later aan de woning zijn gezet
- min de grond onder de oorspronkelijke woning
Bij een gewone tussenwoning is het bebouwingsgebied dus ongeveer de achtertuin, plus de grond onder een eventuele uitbouw. Bij een hoekwoning valt de strook langs de zijstraat vaak buiten het achtererfgebied. Een berging of garage die tegen de woning aan staat en duidelijk een apart, lager bouwdeel is, telt meestal niet als woning maar als bijgebouw.
Zo reken je het uit
De schijven tel je bij elkaar op, net als bij de inkomstenbelasting. Daarna gaat alles wat er al staat eraf. Vul hieronder je eigen getallen in.
Vul je bebouwingsgebied en je bestaande bijgebouwen in. Je ziet direct hoeveel m² er in totaal vergunningsvrij mag staan en hoeveel daarvan nog over is.
- 50% van 0 tot 100 m²
- 50 m²
- 20% van 100 tot 300 m²
- 30 m²
- 10% van 300 tot 900 m²
- 0 m²
Dit is de landelijke regel uit de bruidsschat (artikel 22.36), die in het omgevingsplan van elke gemeente staat. Je gemeente kan eigen regels hebben, en ook hoogte en plek moeten kloppen. Weet je je bebouwingsgebied niet? Op vergunningcheck.ai, een tool die ook bij WILTEK hoort, meet je het op de kaart van je perceel.
Voorbeelden per tuin
| Bebouwingsgebied | Maximaal aan bijgebouwen | Als percentage |
|---|---|---|
| 60 m², achtertuin van een tussenwoning | 30 m² | 50% |
| 120 m² | 54 m² | 45% |
| 250 m² | 80 m² | 32% |
| 400 m², ruime tuin bij een vrijstaande woning | 100 m² | 25% |
| 900 m² of meer | 150 m² | 17% of minder |
Een voorbeeld. Je hebt een achtertuin van 60 m² met een schuur van 8 m². Dan mag er in totaal 30 m² staan en heb je nog 22 m² over, bijvoorbeeld voor een overkapping of een kleine aanbouw.
Wat telt mee als bijgebouw?
In de maximale oppervlakte tellen alle bijbehorende bouwwerken mee. Dat zijn bouwwerken met een dak die bij de woning horen:
- schuur, berging en tuinhuis
- carport en terrasoverkapping
- garage, ook een aangebouwde garage die een apart bouwdeel is
- een aanbouw of uitbouw die later aan de woning is gezet
Bouwwerken zonder dak tellen niet mee. Een terras, schutting, vlonder of zwembad zonder overkapping mag je dus bouwen zonder dat het van je maximum afgaat. Voor schuttingen en andere bouwwerken gelden wel eigen regels.
Oppervlakte is niet de enige regel
Past je plan binnen de vierkante meters, dan moet het ook aan de andere voorwaarden voldoen:
- Plek: het bouwwerk staat in het achtererfgebied en op meer dan 1 meter van openbaar toegankelijk gebied, zoals de stoep of een openbaar pad.
- Hoogte: binnen 4 meter van de oorspronkelijke woning tot 30 centimeter boven de vloer van de eerste verdieping. Verder weg maximaal 3 meter, of met een schuin dak tot 5 meter.
- Gebruik: verder dan 4 meter van de woning mag een bijgebouw alleen gebruikt worden voor iets dat ondergeschikt is aan de woning, zoals opslag, stalling of een hobbyruimte.
- Bijzondere plek: bij een monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht gelden strengere regels.
Per bouwwerk lees je de details in onze artikelen over een vergunningsvrije schuur, een tuinhuis, een overkapping en een aanbouw.
Wil je meer bouwen dan vergunningsvrij mag?
Dan heb je een omgevingsvergunning nodig. De gemeente kan die verlenen als het plan past binnen het omgevingsplan, of besluiten ervan af te wijken. Voor de aanvraag maak je bouwtekeningen: een situatietekening, plattegrond, gevels en een doorsnede.
Wij maken die tekeningen en verzorgen de aanvraag via het Omgevingsloket. Hoe dat gaat, lees je op onze pagina over een omgevingsvergunning aanvragen.

